Introductie in overbrengen overledene
Soms wordt een overledene voor verzorging of opbaring overgebracht naar een andere locatie dan de plek van het overlijden. Dit noemen we de overbrenging en het vervoer van een overledene vindt meestal met een rouwauto of overbrengbus.
Het overbrengen van verkeersslachtoffers, slachtoffers van een onnatuurlijke dood of vinding en van een overledene in staat van ontbinding, brengt meer risico met zich mee dan een reguliere overbrenging.
Voor deze categorie geldt daarom een aantal aanvullende hygiënemaatregelen.
Over bijzondere handelingen, zoals het verwijderen van katheters en slangen, en het afdekken van wonden, worden bij voorkeur van tevoren afspraken gemaakt.
Invasieve handelingen worden als het kan in een speciale verzorgingsruimte uitgevoerd.
Wat zijn de risico’s bij het overbrengen van een overledene?
Het overbrengen van een overledene kent 4 risicogebieden:
Tillen en dragen – overbrenging
Als een medewerker zwaarder dan 25 kilo moet tillen, moeten er goede transport- en hulpmiddelen zijn. Vul bij twijfel over overbelasting de checklist fysieke overbelasting in (https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting), een eenvoudige online checklist van TNO.
Blijkt er een risico op het gebied van tillen? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de NIOSH-methode.
Blijkt uit de checklist een risico op het gebied van dragen? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de KIM-methode dragen.
Regels voor veilig tillen en dragen:
- Voorkom onnodig zwaar tillen door afspraken over aangeleverde gewichten te maken met de afdeling inkoop en de leveranciers.
- Maak afspraken met bloemisten om groter rouwbloemwerk in delen aan te leveren.
- Til en draag niet onnodig, gebruik gezond verstand.
- Maak gebruik van de beschikbaar gestelde tilhulpmiddelen.
- Zorg dat hulpmiddelen zoals brancard, rolwagen en invoerwagen op elkaar aansluiten.
- Bedenk vooraf hoe en waarheen de last wordt verplaatst; houd rekening met mogelijke obstakels op de transportroute.
- Schat vooraf het gewicht in; til niet te veel ineens.
- Vraag collega’s om hulp bij het tillen en dragen van zware lasten; maak bij gezamenlijk tillen afspraken vooraf over commando’s, de plaats waar een ieder de handen zet en de route.
- Buk door heupen en knieën te buigen, houd de rug recht, til daarna door de heupen en knieën te strekken.
- Til met twee handen zo dicht mogelijk bij het lichaam.
- Til niet hoger dan schouderhoogte.
- Span rug- en buikspieren aan, buig de ellebogen en trek de bovenarmen tegen het lichaam aan.
- Houd steeds de rug recht; verplaats de voeten tijdens draaien, draai nooit vanuit de rug.
- Beweeg langzaam, ook tijdens lopen; gebruik stroeve schoenen voor grip.
- Luister naar het lichaam; neem signalen serieus.
Mogelijke tilhulpmiddelen:
- Laken: katoenen laken waar overledene op ligt of op gelegd wordt.
- Bodypod: transfermatras met draagbanden om een overledene te verplaatsen over trappen en door nauwe doorgangen.
- Tilmat: katoenen of nylon mat om onder de overledene te leggen met handgrepen of lussen om aan een tillift te bevestigen (zie tillift).
- Glijzeil: zeer glad nylon zeil.
- Glijrol met plaat: zeer glad nylon zeil waarvan zijkanten aan elkaar vastzitten met een plaat ertussen.
- Glijrol (zonder plaat): zeer glad nylon zeil waarvan zijkanten aan elkaar vastzitten.
- Glijplaat: harde, dunne kunststof plaat met handgrepen om onder de overledene te leggen.
- Singel: band (eventueel gemaakt van een opgerold laken of doek) om mee te tillen.
- Brancard: vast/deelbaar (schepbrancard) aluminium brancard.
- Rijdende baar: baar op wielen; alleen een baar mét remmen gebruiken.
- Plafondtillift: tilliftsysteem met tilmat/tilbanden (tilmat = katoenen of nylon mat met lussen om aan een tillift te bevestigen) dat aan het plafond bevestigd is.
- Verrijdbare tillift: tilliftsysteem met tilmat/tilbanden dat in meerdere ruimten inzetbaar is.
- Traploper: mechanisch apparaat (voldoet bij trappen met brede treden, weinig draaiing).
Cursus
Zorg dat je een cursus tiltechnieken gevolgd hebt.
Brandweer
Als een overledene met overgewicht overgebracht moet worden, maar niet verplaatst kan worden, neem dan contact op met de brandweer om gezamenlijk te zoeken naar een oplossing.
Let op: het verplaatsen van overledenen valt niet onder de taakomschrijving van de brandweer. De brandweer kan kosten in rekening brengen. Houd er rekening mee (in de begeleiding en communicatie) dat de inzet van de brandweer een mogelijk traumatische ervaring oplevert voor de nabestaanden.
Duwen en trekken – overbrengen
In de uitvaartbranche wordt veel gebruikgemaakt van rolwagens voor het verplaatsen van kisten. Om deze wagens te verrijden moet geduwd of getrokken worden. Soms is daar weinig kracht voor nodig, maar soms ook veel, wat zorgt voor overbelasting. Het risico van overbelasting is nog groter als de last door de medewerker ineens met een grote krachtsinspanning in beweging wordt gebracht. Duwen en trekken zijn vooral belastend voor de armen, schouders en rug. Overbelasting openbaart zich meestal in het schoudergebied.
Vul bij twijfel over fysieke overbelasting de checklist in:
https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting/
Blijkt er een risico op het gebied van duwen en trekken? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de KIM-methode duwen en trekken.
Regels voor veilig duwen en trekken:
- Verwijder obstakels van de werkvloer.
- Zorg dat de hulpmiddelen goed onderhouden worden.
- Duw indien mogelijk; duwen is lichamelijk minder zwaar dan trekken.
- Gebruik waar mogelijk twee armen.
- Duw of trek niet ineens met alle kracht, maar bouw dit langzaam op.
Tips om duwen en trekken minder belastend te maken:
- Zorg bij duwen en trekken voor een harde vloer zonder drempels.
- Plaats deuren die automatisch openen in routes die vaak gebruikt worden.
- Gebruik wagens met kogellagers in de wielen.
- Gebruik elektrisch aangedreven rolwagens.
Handelingen & Hulpmiddelen
Onder bovenstaande risico’s worden verschillende handelingen en hulpmiddelen genoemd. Er zijn diversie e-learnings beschikbaar voor een toelichting op het uitvoeren van de handelingen en het gebruik van de hulpmiddelen:
Huisdieren – overbrenging
Maak afspraken over de aanwezigheid van gevaarlijke dieren, bijvoorbeeld de hond in een aparte ruimte tijdens de overbrenging.
Blootstelling agentia-overbrenging
Iedere overledene dient als besmettelijk te worden beschouwd. Preventieve maatregelen om blootstelling te voorkomen aan biologische agentia (micro-organismen als bacteriën, virussen en schimmels) zijn dus zeer belangrijk.
Het gaat om micro-organismen die voor het blote oog onzichtbaar zijn en zich heel snel kunnen vermenigvuldigen. Alle handelingen met een overledene worden uitgevoerd door medewerkers die op de hoogte zijn van de risicoaspecten rond de laatste verzorging en het overbrengen van overledenen. Vanuit hun ervaring en/of opleiding beschikken zij over voldoende deskundigheid. De verantwoordelijke leidinggevende beoordeelt dit. Is de deskundigheid (nog) beperkt dan besluit de leidinggevende of de medewerker met of zonder regelmatig toezicht of begeleiding van een deskundige, bepaalde werkzaamheden mag uitvoeren (leertraject).
De werkgever moet werknemers die met biologische agentia werken een arbeidsgezondheidskundig onderzoek aanbieden. Mensen kunnen namelijk zeer verschillende lichamelijke reacties hebben op blootstelling. Ook tijdens verzuimbegeleiding en spreekuur moet er specifieke aandacht zijn voor biologische agentia, als deze op het werk kunnen voorkomen.
Eten en drinken is tijdens het overbrengen van overledenen niet toegestaan. Bij het overbrengen van overledenen van ziekenhuizen, verpleegtehuizen en van huis worden bij voorkeur van tevoren afspraken gemaakt over het vooraf verwijderen van o.a. infusen, slangen en katheters en over het afdekken van wonden.
Het overbrengen van verkeersslachtoffers, slachtoffers van een onnatuurlijke dood of vinding en van een overledene in staat van ontbinding, brengt meer risico met zich mee, dan gelden extra hygiënemaatregelen.
Instructies
Bijzondere handelingen, zoals het verwijderen van katheters en slangen, worden in het uitvaartcentrum uitgevoerd.
Algemeen
- Alleen de meest noodzakelijk handelingen mogen verricht worden;
- breng altijd incontinentiemateriaal aan uit voorzorg;
- bij gemorste lichaamsvloeistoffen dient het oppervlak gereinigd en gedroogd te worden en daarna gedesinfecteerd met chlooroplossing of alcohol 70%.
- De ruimte in de auto waarin de overledene ligt, moet goed geventileerd en (zomers) gekoeld worden.
Overbrengen in bijzondere situaties
Lichaam niet meer intact
- Draag extra stevige lange huishoudhandschoenen over de nitril-handschoenen;
- draag een gelaatscherm;
- draag een vloeistofdicht disposable overall;
- draag (witte) laarzen;
- handel zorgvuldig met resten/delen van het lichaam ter voorkoming van verwonding of contact met lichaamsvloeistoffen;
- maak gebruik van een speciale lichaamshoes. In veel gevallen zal de overledene niet meer aan de familie worden getoond. Echter, intacte lichaamsresten kunnen voor nabestaanden veel betekenen.
In verregaande staat van ontbinding
Het kan zijn dat een overledene reeds lang overleden is voordat deze in huis gevonden word of dat de overledene in het water heeft gelegen. Hierdoor is het ontbindingsproces in gang gezet.
- Draag een FFP2 masker met koolstoffilter;
- gebruik zo nodig een schepbrancard;
het lichaam is vaak opgezwollen en wordt pas in de verzorgingsruimte van vocht ontdaan.
Desinfectie – overbrenging
Iedere overledene dient als besmettelijk te worden beschouwd. Preventieve maatregelen om blootstelling aan biologische agentia te voorkomen, zijn dus zeer belangrijk. Eten en drinken is tijdens het overbrengen van overledenen niet toegestaan.
Bij het overbrengen van verkeersslachtoffers, slachtoffers van een onnatuurlijke dood of vinding en van een overledene in staat van ontbinding, gelden extra hygiënemaatregelen. Bij het overbrengen van overledenen van ziekenhuizen, verpleeghuizen en van huis worden bij voorkeur van tevoren afspraken gemaakt over het vooraf verwijderen van o.a. infusen, slangen en katheters en over het afdekken van wonden.
Algemeen
- Alleen de meest noodzakelijke handelingen mogen verricht worden.
- Breng altijd incontinentiemateriaal aan uit voorzorg.
- Bij gemorste lichaamsvloeistoffen dient het oppervlak gereinigd en gedroogd te worden en daarna gedesinfecteerd met chlooroplossing of alcohol 70%.
- De ruimte in de auto waarin de overledene ligt, moet goed geventileerd en (zomers) gekoeld worden.
Lichaam niet meer intact
- Draag extra stevige, lange huishoudhandschoenen over de nitril-handschoenen.
- Draag een gelaatscherm.
- Draag een vloeistofdichte disposable overall.
- Draag (witte) laarzen.
- Handel zorgvuldig met resten of delen van het lichaam ter voorkoming van verwonding of contact met lichaamsvloeistoffen.
- Maak gebruik van een speciale lichaamshoes. In veel gevallen zal de overledene niet meer aan de familie worden getoond. Echter, intacte lichaamsresten kunnen voor nabestaanden veel betekenen.
In verregaande staat van ontbinding
Het kan zijn dat een overledene reeds lang overleden is voordat deze in huis gevonden wordt of dat de overledene in het water heeft gelegen. Hierdoor is het ontbindingsproces in gang gezet.
- Draag een FFP2-masker met koolstoffilter.
- Gebruik zo nodig een schepbrancard.
- Het lichaam is vaak opgezwollen en wordt pas in de verzorgingsruimte van vocht ontdaan.
Reinigen en desinfecteren
Stof en vuil kunnen broedplaatsen zijn voor micro-organismen die infectieziekten kunnen verspreiden. Door regelmatig en zorgvuldig schoon te maken, wordt het aantal micro-organismen verlaagd waardoor het besmettingsrisico vermindert.
Reinigen
Met behulp van een sopje (allesreiniger met handwarm water) kunnen materialen, voorwerpen en oppervlakken worden ontdaan van vuil.
Met een schone doek of borstel worden materialen, voorwerpen en oppervlakken afgesopt en eventueel in de week gezet.
Na het afsoppen worden deze afgespoeld met schoon water en gedroogd.
Desinfecteren
Desinfecteren houdt in dat bacteriën en virussen die nog aanwezig zijn op materialen, voorwerpen of oppervlakken, worden gedood.
Desinfecteren kan alleen nadat reeds gereinigd en gedroogd is.
Onnodig desinfecteren kan leiden tot resistentie: micro-organismen worden beter bestand tegen desinfecteermiddelen.
Desinfectie is nodig:
- Als er sprake is van vervuiling met bloed, ontlasting, urine, lichaamsvocht of wondvocht.
- Als er op een andere wijze sprake is van bloedcontact (bijv. door een bloedneus of wondjes).
- Als huidpenetrerende of huidbeschadigende handelingen zijn uitgevoerd.
Door te desinfecteren wordt voorkomen dat besmettelijke ziekten van overledenen op medewerkers kunnen worden overgebracht.
Desinfecteren kan op twee manieren:
| Middel | Toepassing |
| Chloor | Voor het desinfecteren van grote oppervlakken (> 0,5 m²). Geen alcohol gebruiken vanwege brandgevaar en kans op bedwelming. |
| Alcohol 70% | Voor kleine oppervlakken (< 0,5 m²). Kleine oppervlakken mogen ook met chloor worden gedesinfecteerd, maar een alcoholproduct heeft de voorkeur (bron: LCI). |
Desinfecteren van materialen en voorwerpen
Werkinstructie desinfecteren met chloor
- De materialen zijn al gereinigd, afgespoeld en gedroogd.
- Vul een bak of emmer met drie liter handwarm water en los hierin twee chloortabletten (1,5 g werkzaam chloor) op.
(Optie: twee tabletten met 1,0 g werkzaam chloor in twee liter water).
Gebruik bij voorkeur chloorpreparaten op basis van natriumdichloorisocyanuraat (stabieler en sneller werkend, bron: LCI). - Draag onderzoekshandschoenen, een veiligheidsbril en een niet-vochtdoorlatend schort, en zorg voor ventilatie.
- Dompel de gereinigde materialen minimaal vijf minuten onder in de chlooroplossing.
- Neem de materialen met schone handschoenen uit de bak.
- Spoel de materialen na met schoon water en leg ze te drogen op een schone doek.
- Berg de materialen na het drogen op in een schone lade of kast.
- Gooi de chlooroplossing na gebruik weg.
Werkinstructie desinfecteren met alcohol 70%
- De materialen zijn al goed gereinigd, afgespoeld en gedroogd (anders wordt de alcohol verdund).
- Vul een afsluitbare bak met alcohol 70%, zodat de materialen geheel ondergedompeld kunnen worden.
- Draag onderzoekshandschoenen, een veiligheidsbril en een niet-vochtdoorlatend schort.
- Alcohol is brandbaar: zorg voor goede ventilatie (ramen en deuren openen indien mogelijk).
- Dompel de materialen volledig onder en voorkom luchtbellen.
- Sluit de bak af (anders verdampt de alcohol) en laat de materialen minimaal vijf minuten ondergedompeld.
- Neem de materialen met schone handschoenen uit de bak en leg ze te drogen op een schone doek.
- Berg ze na het drogen op in een schone lade of kast.
- Sluit de bak na gebruik direct af.
- Na 24 uur of bij zichtbare vervuiling de alcohol volledig vervangen. Grotere hoeveelheden (> ¼ liter) afvoeren als chemisch afval.
Desinfecteren van oppervlakken
Werkinstructie kleine oppervlakken (< 0,5 m²)
Bijvoorbeeld deurkrukken, toiletbril, lichtschakelaar of bloedspatten op de wastafel.
- Neem de vervuiling op met papier.
- Maak het oppervlak schoon met een allesreiniger.
- Dep de plek met alcohol 70% en laat aan de lucht drogen.
Werkinstructie grote oppervlakken (> 0,5 m²)
Gebruik geen alcohol 70% (brandgevaar en bedwelmingsrisico). Gebruik in plaats daarvan een chlooroplossing op basis van natriumdichloorisocyanuraat.
- Draag handschoenen, een veiligheidsbril en een niet-vochtdoorlatend schort; zorg voor ventilatie.
- Neem bloed, ontlasting en dergelijke op met papier.
- Maak het oppervlak schoon met allesreiniger, spoel na en droog.
- Los vier chloortabletten (1,5 g werkzaam chloor) op in zes liter handwarm water.
- Sop het oppervlak in en laat minimaal vijf minuten inwerken.
- Spoel daarna af met schoon water.
- Gooi gebruikte schoonmaakmaterialen weg of was ze op 60°C.
Wasgoed
Vuil linnengoed en handdoeken kunnen besmet zijn met schadelijke micro-organismen (bacteriën en virussen). Om deze te doden, moeten ze op hoge temperatuur worden gewassen.
- Draag handschoenen bij de verwerking van vuile was.
- Verzamel vuile was in een wasmand in de verzorgingsruimte.
- Verwijder de vuile was dagelijks en was deze zo spoedig mogelijk.
- Was op 60°C met een totaalwasmiddel (nodig om HIV en hepatitis B/C te doden).
- Gebruik geen verkort wasprogramma; gebruik van een droger is aan te bevelen.
- Gebruik voor transport van vuile was altijd gesloten plastic zakken.
- Vuile was mag niet meegenomen worden naar huis.
Rook – overbrenging
Maak bij intake met de klant de afspraak dat niet gerookt wordt tijdens de overbrenging.
Formaldehyde – overbrenging
Bij repatriëring wordt de overledene in een houten kist en een zinken binnenkist gelegd. Om te zorgen dat het lichaam van een overledene na repatriëring nog in goede staat is, wordt in sommige landen bij het reisklaar maken van een overledene overvloedig gebruikgemaakt van formaldehyde.
Formaldehyde fixeert de structuur van de cel waardoor vocht de cel niet kan verlaten. Dit voorkomt lekkages en besmettingen. Formaldehyde levert een risico op voor de medewerker die de kist bij aankomst in Nederland opent.
Formaldehyde is opgenomen in de B-lijst van kankerverwekkende stoffen van SZW. Om die reden wordt in Nederland formaldehyde of formaline (oplossing van formaldehyde in water en methanol) in de uitvaartbranche nauwelijks gebruikt, met uitzondering van thanatopraxie (lichte balseming).
Indien een zinken kist na repatriëring in Nederland geopend moet worden en het is onbekend of bij het reisklaar maken formaldehyde is gebruikt, moet dit beschouwd worden als een potentieel gevaar. Om de uitvaartmedewerker te beschermen tegen kankerverwekkende formaldehydedampen is de standaardprocedure om de rouwkist door een gespecialiseerd bedrijf te laten openen.
Emotionele belasting – overbrenging
Het risico is dat medewerkers met sombere, neerslachtige gedachten blijven rondlopen in plaats van een gesprek aan te gaan met collega’s of de leidinggevende.
Hier ligt een belangrijke taak voor de leidinggevende, door:
- Gelegenheid te bieden om het hart te luchten als een medewerker het zwaar heeft;
- Regelmatig vragen naar hoe het gaat;
- Emotionele belasting bespreken in het teamoverleg;
- Emotionele belasting bespreken in het functioneringsgesprek;
- Bekend maken van andere kanalen om emotionele belasting te bespreken, zoals de bedrijfsmaatschappelijkwerker.
Tips voor de organisatie:
- Train leidinggevenden hoe om te gaan met medewerkers die moeite hebben met de emotionele belasting waaraan ze worden blootgesteld;
- Creëer een veilige werkatmosfeer waarin medewerkers worden aangemoedigd om over emoties te praten;
- Zorg dat ervaringen van medewerkers gedeeld worden.
Meer weten
Wilt u meer weten over het overbrengen van een overledene, klik hier voor hoofdstuk 3.2 uit de arbocatalogus.