Introductie over horeca
Bij veel uitvaarten is het gebruikelijk een na afloop van een plechtigheid met elkaar na te praten en samen iets te eten en te drinken. Veel uitvaartlocaties bieden een verscheidenheid aan hapjes en drankjes en uitgebreide koffietafels in een professionele horecasetting
Wat zijn de risico’s bij de horeca?
De horeca kent 2 risicogebieden:
Tillen en dragen – horeca
In het lopen met dienbladen, koffiekannen en volle schalen schuilt het gevaar van lichamelijke overbelasting. Daarnaast helpen horecamedewerkers regelmatig bij het laden en lossen van kratten en dozen.
Als een medewerker zwaarder dan 25 kilo moet tillen, moeten er goede transport- en hulpmiddelen zijn. Vul bij twijfel over overbelasting de checklist fysieke belasting in:
https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting/
Blijkt een risico op het gebied van tillen? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de NIOSH-methode.
Blijkt uit de checklist een risico op het gebied van dragen? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de KIM-methode dragen.
Regels voor veilig tillen en dragen:
- Gebruik kleine dienbladen bij het uitserveren en grote dienbladen bij het afruimen. Gebruik bij het afruimen een serveerwagen als de nabestaanden de ruimte hebben verlaten.
- Houd rekening met het gewicht dat het personeel moet dragen.
Tips:
- Maak afspraken om grotere voorraden op pallets aan te laten voeren en door de leverancier met pallet- of pompwagen op de plaats te laten zetten.
- Maak afspraken met leveranciers over het tijdstip van aanleveren, zodat er meer mensen beschikbaar zijn om de producten op te ruimen.
- Verklein eenheden zodat ze minder wegen en beter te hanteren zijn.
- Gebruik lichtgewicht serviesgoed.
- Gebruik lichtere middelen als schenkkannen voor een gunstige houding en een goede polshouding.
- Overweeg selfservice in plaats van uitserveren, of bied dit aan als optie.
- Als de keuken en de koffiekamer zich op verschillende verdiepingen bevinden, zorgt een keukenlift voor een aanzienlijke vermindering van de fysieke belasting.
Algemene regels:
- Voorkom onnodig zwaar tillen door afspraken over aangeleverde gewichten te maken met de afdeling inkoop en de leveranciers.
- Til en draag niet onnodig, gebruik gezond verstand.
- Maak gebruik van de beschikbaar gestelde tilhulpmiddelen.
- Bedenk vooraf hoe en waarheen de last wordt verplaatst; houd rekening met mogelijke obstakels op de transportroute.
- Schat vooraf het gewicht in; til niet te veel ineens.
- Vraag collega’s om hulp bij het tillen en dragen van zware lasten; maak bij gezamenlijk tillen afspraken vooraf over commando’s, de plaats waar een ieder de handen zet en de route.
- Buk door heupen en knieën te buigen, houd de rug recht, til daarna door de heupen en knieën te strekken.
- Til met twee handen zo dicht mogelijk bij het lichaam.
- Til niet hoger dan schouderhoogte.
- Span rug- en buikspieren aan, buig de ellebogen en trek de bovenarmen tegen het lichaam aan.
- Houd steeds de rug recht; verplaats de voeten tijdens draaien, draai nooit vanuit de rug.
- Beweeg langzaam, ook tijdens lopen; gebruik stroeve schoenen voor grip.
- Luister naar het lichaam; neem signalen serieus.
Cursus:
Zorg dat je een cursus tiltechnieken gevolgd hebt.
Benodigde arbeidsmiddelen:
- Dienbladen.
- Serveerwagen.
- Steekwagen (laden en lossen).
- Stabiele trapjes voor het bereiken van de bovenste planken in de voorraadkamer.
Inrichtingseisen:
- Zorg in de horeca voor een egale, stroeve en makkelijk te reinigen vloer om struikelen en uitglijden te voorkomen en om te kunnen rijden met de serveerwagen.
- Zorg voor een ergonomische inrichting met werkbladen en apparaten op de juiste hoogte.
- Zorg voor voldoende ruimte voor de voeten onder banken, bars en opslagtafels, zodat horecamedewerkers minder ver hoeven te reiken.
- Plaats zware lasten niet op vloerniveau, maar hoger.
- Sla materialen dicht bij elkaar op en denk na over de routing; dat beperkt lopen.
Persoonlijke beschermingsmiddelen keukenpersoneel:
- Schort.
- Nitril handschoenen.
- Ovenhandschoenen.
Horeca – duwen en trekken
Het duwen of trekken van een zwaarbeladen serveerwagen kan leiden tot fysieke overbelasting. Daarnaast helpen horecamedewerkers regelmatig bij het laden en lossen van kratten en dozen. Duwen en trekken zijn vooral belastend voor de armen, schouders en rug. Overbelasting openbaart zich meestal in het schoudergebied.
Vul bij twijfel de checklist fysieke overbelasting in:
https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting/
Blijkt een risico op het gebied van duwen en trekken? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de KIM-methode duwen en trekken.
Regels voor veilig duwen en trekken:
- Verwijder obstakels van de werkvloer.
- Zorg dat de hulpmiddelen goed onderhouden worden.
- Duw indien mogelijk; duwen is lichamelijk minder zwaar dan trekken.
- Gebruik waar mogelijk twee armen.
- Duw of trek niet ineens met alle kracht, maar bouw dit langzaam op.
Tips om duwen en trekken minder belastend te maken:
- Zorg bij duwen en trekken voor een harde vloer zonder drempels.
- Plaats deuren die automatisch openen in routes die vaak gebruikt worden.
- Gebruik wagens met kogellagers in de wielen.
Statische werkhouding horeca
Personeel achter een buffet kan blootstaan aan de risico’s van staand werk.
Lang werken in een ongezonde werkhouding kan leiden tot statische belasting van de spieren. Het gevolg is een minder goede doorbloeding. Na verloop van tijd kan dit leiden tot klachten aan spieren en pezen.
Bestaat er twijfel of de fysieke belasting door statische werkhouding leidt tot een ongezonde situatie? Vul dan de https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting/ in, een eenvoudige online checklist.
Blijkt uit deze checklist een mogelijk risico op een statische werkhouding? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de WHI-methode. (WHI staat voor werkhoudingsinstrument).
Regels ter voorkoming van statische werkhouding:
- Werknemers moeten voorgelicht zijn over de gevaren van een statische werkhouding;
- wissel staand werk af met taken die zittend of lopend worden uitgevoerd;
Om gezondheidsrisico’s van veel staand werk tot een minimum te beperken, moeten periodes van staan regelmatig af worden gewisseld met zitten en/of te bewegen. Bewegen vermindert het risico op onder andere beroertes, hart- en vaatziekten, diabetes (type 2), darmkanker en hoge bloeddruk. Bewegen is goed voor botten, spieren en gewrichten, en voor de mentale gezondheid: mensen die voldoende bewegen, hebben een beter zelfbeeld en minder last van angsten en depressies.
Instructies
- wissel taken zoveel mogelijk af om overbelasting te voorkomen;
- indien statische belasting (staand werk) achter het buffet niet voldoende weggenomen kan worden door afwisseling van taken, stel dan een zit/sta-hulp ter beschikking;
- zorg dat horecamedewerkers gesloten schoeisel dragen met slipvaste zolen.
Handelingen & Hulpmiddelen
Onder bovenstaande risico’s worden verschillende handelingen en hulpmiddelen genoemd. Er zijn diversie e-learnings beschikbaar voor een toelichting op het uitvoeren van de handelingen en het gebruik van de hulpmiddelen:
Emotionele belasting – horeca
Het risico is dat medewerkers met sombere, neerslachtige gedachten blijven rondlopen in plaats van een gesprek aan te gaan met collega’s of de leidinggevende.
Hier ligt een belangrijke taak voor de leidinggevende, door:
- Gelegenheid te bieden om het hart te luchten als een medewerker het zwaar heeft;
- Regelmatig vragen naar hoe het gaat;
- Emotionele belasting bespreken in het teamoverleg;
- Emotionele belasting bespreken in het functioneringsgesprek;
- Bekend maken van andere kanalen om emotionele belasting te bespreken, zoals de bedrijfsmaatschappelijkwerker.
Tips voor de organisatie:
- Train leidinggevenden hoe om te gaan met medewerkers die moeite hebben met de emotionele belasting waaraan ze worden blootgesteld;
- Creëer een veilige werkatmosfeer waarin medewerkers worden aangemoedigd om over emoties te praten;
- Zorg dat ervaringen van medewerkers gedeeld worden.
(Ook agressie en werkdruk.)
Werkdruk – horeca
Hoge werkdruk kent risico’s, zoals:
- Verlies aan werkplezier, betrokkenheid en motivatie;
- Verlies aan creativiteit en flexibiliteit;
- Onvrede over de geleverde kwaliteit;
- Toename van fouten;
- Ergernissen, irritaties en een vervelende sfeer in het team;
- Veel overwerk en daardoor mogelijk conflicten met het ‘thuisfront’;
- Vermoeidheid, moedeloosheid;
- Stressklachten.
Een medewerkersonderzoek kan te hoge werkdruk aan het licht brengen.
Instrumenten om werkdruk te verlagen:
- Werkdrukrisico’s bespreekbaar maken (agendapunt werkoverleg en functioneringsgesprekken);
- Slimmer organiseren van het werk (analyse van het werkproces op verstoringen en vertragingen);
- Verbeteren informatievoorziening en communicatie (in werkoverleg, functioneringsgesprekken en regelmatige bilaterale overleggen tussen leidinggevende en werknemers);
- Professionalisering van leidinggevenden (gericht op de aansturing van medewerkers).
Agressie, geweld, pesten – horeca
Een manier om agressie, geweld en pesten in kaart te brengen is een medewerkersonderzoek.
Vragen:
- Hebt u wel eens te maken met verbaal geweld (bijvoorbeeld schelden en beledigen) door leidinggevenden of collega’s?
- Hebt u wel eens te maken met verbaal geweld (bijvoorbeeld schelden en beledigen) door nabestaanden?
- Hebt u wel eens te maken met bedreiging of intimidatie door leidinggevenden of collega’s?
- Hebt u wel eens te maken met bedreiging of intimidatie door nabestaanden?
- Hebt u wel eens te maken met fysiek geweld (bijvoorbeeld schoppen, slaan) door leidinggevenden of collega’s?
- Hebt u wel eens te maken met fysiek geweld (bijvoorbeeld schoppen, slaan) door nabestaanden?
- Wordt u wel eens gepest door collega’s en leidinggevenden?
Acties bij een incident:
- De leidinggevende schakelt direct na het incident eventueel medische hulp in;
- De werknemer wordt opgevangen;
- Het incident wordt gemeld en in overleg met de werknemer(s) wordt aangifte gedaan;
- Nazorg wordt geregeld;
- Het is raadzaam een protocol op te stellen hoe de organisatie met agressie omgaat.
Meer weten
Wilt u meer weten over de horeca, klik hier voor hoofdstuk 3.8 uit de arbocatalogus.