Introductie cremeren en asverwerking
Bij een crematie wordt nadat de oven door de ovenist op temperatuur is gebracht, de kist of opbaarplank met de overledene de oven ingevoerd, eventueel in bijzijn van nabestaanden. De invoer gebeurt met een invoermachine of handmatig.
Voorafgaand aan de invoer, wordt de kist of opbaarplank door crematoriummedewerkers op de invoertafel geplaatst.
Na de crematie wordt de oven geruimd, de aspan wordt verwijderd uit de oven. Vervolgens worden de (edel) metalen uit de crematieresten gehaald en worden deze gecremuleerd en de asbus wordt gevuld. Later worden een urn en/of memorabilia met as gevuld en aan nabestaanden meegegeven.
Tussen crematies door wordt de oven in de regel niet volledig terug gekoeld. Dat betekent dat de ovenisten bloot staan aan hoge temperaturen bij de invoer en bij het ruimen van de oven.
Wat zijn de risico’s bij cremeren en asverwerking?
Cremeren en asverwerking kent 3 risicogebieden:
Tillen en dragen – cremeren & asverwerking
Bij het overtillen van de kist of opbaarplank op de invoertafel bestaat een risico op fysieke overbelasting. Om dit te voorkomen moet de kist/opbaarplank van de verrijdbare baar door twee personen overgezet worden op de AIM/invoertafel. De baar moet voor het overzetten op dezelfde hoogte worden gebracht als de AIM/invoertafel. Als het kan, wordt de kist of opbaarplank geschoven of gerold.
Als er geen AIM beschikbaar is en de invoer handmatig plaatsvindt, laat dan de invoer niet door zwangere werknemers doen, ook niet door werknemers met een slechte conditie, een extreem laag gewicht, een hoog vetgehalte of hart- en vaatziekten.
Als een medewerker zwaarder dan 25 kilo moet tillen, moeten er goede transport- en hulpmiddelen zijn. Beoordeel bij twijfel over overbelasting het risico met de checklist van TNO:
https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting/
Blijkt uit de checklist een risico op het gebied van tillen? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de NIOSH-methode.
Blijkt uit de checklist een risico op het gebied van dragen? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de KIM-methode dragen.
Regels voor veilig tillen en dragen:
- Voorkom onnodig zwaar tillen door afspraken over aangeleverde gewichten te maken met de afdeling inkoop en de leveranciers.
- Maak afspraken met bloemisten om groter rouwbloemwerk in delen aan te leveren.
- Til en draag niet onnodig, gebruik gezond verstand.
- Maak gebruik van de beschikbaar gestelde tilhulpmiddelen.
- Zorg dat hulpmiddelen zoals rolwagen en invoerwagen op elkaar aansluiten.
- Bedenk vooraf hoe en waarheen de last wordt verplaatst; houd rekening met mogelijke obstakels op de transportroute.
- Schat vooraf het gewicht in; til niet te veel ineens.
- Vraag collega’s om hulp bij het tillen en dragen van zware lasten; maak bij gezamenlijk tillen afspraken vooraf over commando’s, de plaats waar een ieder de handen zet en de route.
- Buk door heupen en knieën te buigen, houd de rug recht, til daarna door de heupen en knieën te strekken.
- Til met twee handen zo dicht mogelijk bij het lichaam.
- Til niet hoger dan schouderhoogte.
- Span rug- en buikspieren aan, buig de ellebogen en trek de bovenarmen tegen het lichaam aan.
- Houd steeds de rug recht; verplaats de voeten tijdens draaien, draai nooit vanuit de rug.
- Beweeg langzaam, ook tijdens lopen; gebruik stroeve schoenen voor grip.
- Luister naar het lichaam; neem signalen serieus.
- Draag S2-werkschoenen (verstevigde neus en waterafstotend leer).
- Zorg dat je een cursus tiltechnieken gevolgd hebt.
Duwen en trekken – cremeren en asverwerking
In een crematorium wordt veel gebruikgemaakt van rolwagens voor het verplaatsen van kisten. Om deze wagens te verrijden moet geduwd of getrokken worden. Soms is daar weinig kracht voor nodig, maar soms ook veel, wat zorgt voor overbelasting. Het risico van overbelasting is nog groter als de last door de medewerker ineens met een grote krachtsinspanning in beweging wordt gebracht.
Vul bij twijfel over overbelasting de checklist fysieke overbelasting in:
https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting/
Blijkt er risico op het gebied van duwen en trekken? Voer dan een vervolgonderzoek uit met de KIM-methode duwen en trekken.
Oven ruimen:
Ruim het achterste deel van de crematieoven met een schrepel of borstel met lange steel en het voorste deel met een korte steel. Maak bij het gebruik van een schrepel of borstel korte halen, pak de steel over en loop mee. Sta stevig op beide voeten. Vermijd lange armbewegingen, maar maak een loopbeweging om overbelasting te voorkomen. Maak gebruik van de rollerbar aan het begin van de ovenmond om de schrepel of borstel naar achteren te brengen. Gebruik beide handen om kracht te zetten en wissel af tussen links en rechts. Voer de ruimwerkzaamheden in een zo recht mogelijke houding uit.
Let op: niet iedere crematieoven is even hoog geplaatst en niet iedere ovenist is even lang.
Algemene tips bij duwen en trekken:
- Verwijder obstakels van de werkvloer.
- Zorg dat de hulpmiddelen goed onderhouden worden.
- Duw indien mogelijk; duwen is lichamelijk minder zwaar dan trekken.
- Gebruik waar mogelijk twee armen.
- Duw of trek niet ineens met alle kracht, maar bouw dit langzaam op.
- Zorg bij duwen en trekken voor een harde vloer zonder drempels.
- Plaats deuren die automatisch openen in routes die vaak gebruikt worden.
- Gebruik wagens met kogellagers in de wielen.
- Gebruik elektrisch aangedreven rolwagens.
- Draag S2-werkschoenen (verstevigde neus en waterafstotend leer).
Energetische belasting – cremeren en asverwerking
Het Arbobesluit geeft geen vastgestelde grenstemperatuur. Dat is ook lastig, omdat ook de relatieve luchtvochtigheid, de luchtsnelheid, de warmtestraling, de kleding en de fysieke inspanning een rol spelen.
Een indicatie:
- In de zomer is de ideale temperatuur tussen de 23 en 26˚C.
- Voor intensief lichamelijk inspannend werk geldt een maximum van 26˚C, maar alleen als er een duidelijk voelbare luchtstroom is. Zonder voelbare luchtstroom mag het niet warmer zijn dan 25˚C.
- Voor zeer lichamelijk inspannend werk geldt een maximum van 25˚C, mits er een voelbare luchtstroom is. Anders mag het niet warmer dan 23˚C zijn.
Energetische overbelasting is met name belastend voor de bloedsomloop, ademhaling en stofwisseling. Het leidt tot verminderde concentratie en lichaamscoördinatie, waardoor de kans op ongevallen of onveilige situaties toeneemt. Ook kan de weerstand verminderen, waardoor je gevoeliger bent voor infecties.
Beoordeel het risico met de checklist van TNO:
https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting/
Om vast te stellen of er daadwerkelijk sprake is van een ongezonde werkomgeving, moet de situatie door een deskundige beoordeeld worden.
Voorkom energetische overbelasting door taken af te wisselen. Beperk energetisch belastende werkzaamheden tot maximaal 2 uur per dag.
De werkgever moet eerst nagaan of het proces of de werkzaamheden anders ingericht kunnen worden. Als dat niet kan, moet de werkgever persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking stellen. Als die de gezondheid niet voldoende beschermen, wordt de duur van de werkzaamheden beperkt of regelmatig afgewisseld.
Risico’s van warmte
Werken in een warme omgeving kan leiden tot een verstoring in de warmtebalans. Als er meer warmte wordt geproduceerd dan afgevoerd, is er sprake van warmtestuwing. Warmtestuwing kan ook optreden bij het dragen van thermisch isolerende kleding.
Bij het werken bij een crematieoven treedt belasting op door warmtestraling. Dit kan leiden tot uitdroging, huidverbranding, verminderde prestaties en concentratie. Doordat er meer bloed naar de huid gaat, kunnen spieren oververhit raken en neemt de spiereffectiviteit af. Het concentratievermogen vermindert bij langdurige blootstelling (vanaf een uur).
Er zijn verschillende warmteziektes:
- Warmte-uitslag: doordat de huid langdurig nat is, raken de zweetklieren verstopt. Hierdoor ontstaan blaasjes die een jeukend en brandend gevoel geven.
- Hittekrampen: ontstaan door zware inspanning in warme omgeving; pijnlijke krampen in met name benen en buikspieren, vermoedelijk door zoutgebrek.
- Hitte-uitputting: bij zware inspanning en hoge temperaturen kan het lichaam de bloedvoorziening van spieren, hersenen en huid moeilijk op peil houden. Als de inspanning stopt, kan men onwel worden door een plotselinge daling van de bloeddruk. Kenmerken: bleekheid, duizeligheid, hoofdpijn, braakneigingen, flauwvallen en een onstabiele loop.
- Hitteberoerte: als hitte-uitputting ernstiger wordt, stijgt de lichaamstemperatuur boven de 41˚C en kan schade aan het zenuwstelsel optreden. Symptomen: rode of hete droge huid, krampen, stuipen, verwardheid, prikkelbaarheid, geheugenverlies, agressie of bewustzijnsverlies.
Kwetsbare groepen
Vrouwen hebben over het algemeen meer last van warmte dan mannen. Warme omstandigheden kunnen extra schadelijk zijn voor:
- Zwangeren.
- Werknemers met een slechte conditie.
- Werknemers met een extreem laag gewicht (minder dan 50 kg).
- Werknemers met een hoog vetgehalte.
- Werknemers met hart- en vaatziekten.
- Werknemers die geneesmiddelen gebruiken.
Oplossingen
Collectief:
- Voer warme lucht af door ventilatie.
- Isoleer de crematieoven.
Persoonlijke beschermingsmiddelen:
- Geschikte werkkleding.
- Gebruik koelende kleding (vest, mouwen, bandana, shawl).
- Hittewerende handschoenen.
- Hittewerende bril.
Individueel:
- Investeer in fitte medewerkers.
- Zorg dat de medewerker koel is voor aanvang van werkzaamheden in warmte.
- Laat het luik van de crematieoven niet onnodig lang openstaan.
- Instrueer ovenisten in de juiste werkwijze met zo min mogelijk fysieke belasting.
- Beperk de blootstellingsduur zo veel mogelijk, bijvoorbeeld door taakroulatie (opleiden extra ovenisten).
- Bied voldoende pauzes.
- Zorg voor gekoelde dranken.
Handelingen & Hulpmiddelen
Onder bovenstaande risico’s worden verschillende handelingen en hulpmiddelen genoemd. Er zijn diversie e-learnings beschikbaar voor een toelichting op het uitvoeren van de handelingen en het gebruik van de hulpmiddelen:
Straling – cremeren
Als iemand voor het overlijden is behandeld met radionucliden, kan dit een gezondheidsrisico opleveren voor medewerkers die betrokken zijn bij het crematieproces.
In de gezondheidszorg wordt ioniserende straling toegepast voor de behandeling van met name kankerpatiënten.
Jodium 125 (I-125):
Wordt gebruikt bij de behandeling van prostaatkanker. Hierbij worden kleine ‘zaadjes’ met I-125 in de prostaat geplaatst. Het lichaam zendt dan straling uit.
Indien iemand binnen 1 jaar na de behandeling met I-125 wordt gecremeerd, dient vooraf de prostaat te worden verwijderd (waarmee het implantaat wordt verwijderd).
Zou dit niet gebeuren, dan breekt het implantaat open in de oven en raakt het as besmet met radioactief materiaal. Dit vormt een risico voor crematoriummedewerkers bij de asbehandeling.
De I-125-zaadjes worden ook gebruikt bij lokalisatie van borsttumoren. Hierbij zijn het aantal zaadjes en de activiteit beperkt, waardoor er geen beperkingen zijn voor crematie en geen aanvullende voorzorgsmaatregelen nodig zijn, ook niet voor zwangere medewerkers.
Diverse radionucliden worden gebruikt bij kankerbehandelingen (soms ook bij goedaardige aandoeningen). Ze worden via een infuus, pil of slok toegediend. Ook hier zendt het lichaam straling uit.
Heeft therapie met open radioactieve stoffen korter dan 1 jaar voor overlijden plaatsgevonden? Neem contact op met de stralingsdeskundige van het ziekenhuis waar de overledene behandeld is en informeer of maatregelen noodzakelijk zijn bij crematie.
Meer informatie over straling is te vinden op de website van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS).
Inademen rook – cremeren
Bij een verstoorde afzuiging kan de ovenist blootgesteld worden aan rook.
Inrichtingseisen invoerruimte:
- Aanwezigheid blusdeken.
- Aanwezigheid nooddouche.
- Aanwezigheid van de benodigde, gekeurde blusmiddelen.
- Aanwezigheid ontruimingsplattegrond.
Laat de oven jaarlijks onderhouden en keuren. Zie erop toe dat de werking van de onderdruk in de ovenruimte onderdeel is van het onderhoud en de keuring.
Persoonlijke beschermingsmiddelen:
FFP3-mondmasker (met ventiel indien het masker lang achtereen gedragen wordt).
Inhaleren inhaleerbare fractie (asdeeltjes) – cremeren
Bij het ruimen van de as kunnen asdeeltjes ingeademd worden.
Inrichtingseisen invoerruimte:
- Aanwezigheid blusdeken.
- Aanwezigheid nooddouche.
- Aanwezigheid van de benodigde, gekeurde blusmiddelen.
- Aanwezigheid ontruimingsplattegrond.
Laat de oven jaarlijks onderhouden en keuren. Zie erop toe dat de werking van de onderdruk in de ovenruimte onderdeel is van het onderhoud en de keuring.
Persoonlijke beschermingsmiddelen:
- FFP3-mondmasker (met ventiel indien het masker lang achtereen gedragen wordt).
Inhaleren respirabele fractie (asdeeltjes) – cremeren
Na het cremuleren is de as zo fijn dat deze bij inademing de longblaasjes bereikt (respirabele fractie). Dit dient voorkomen te worden door een juist ingerichte werkplek en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Het vullen van memorabilia op het kantoor waar de memorabilia staan, is niet wenselijk. Draag altijd de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen.
Benodigde arbeidsmiddelen:
- Asbehandelingstafel met afzuiging.
- Lepel.
Benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen:
- Stofjas.
- Handschoenen.
Mondmasker (FFP3, bij voorkeur met uitademventiel).
Emotionele belasting – cremeren en asverwerking
Het risico is dat medewerkers met sombere, neerslachtige gedachten blijven rondlopen in plaats van een gesprek aan te gaan met collega’s of de leidinggevende.
Hier ligt een belangrijke taak voor de leidinggevende, door:
- Gelegenheid te bieden om het hart te luchten als een medewerker het zwaar heeft;
- Regelmatig vragen naar hoe het gaat;
- Emotionele belasting bespreken in het teamoverleg;
- Emotionele belasting bespreken in het functioneringsgesprek;
- Bekend maken van andere kanalen om emotionele belasting te bespreken, zoals de bedrijfsmaatschappelijkwerker.
Tips voor de organisatie:
- Train leidinggevenden hoe om te gaan met medewerkers die moeite hebben met de emotionele belasting waaraan ze worden blootgesteld;
- Creëer een veilige werkatmosfeer waarin medewerkers worden aangemoedigd om over emoties te praten;
- Zorg dat ervaringen van medewerkers gedeeld worden.
Geluid – cremeren
Regels om geluidsoverlast te beperken:
- Bij dagelijkse blootstelling aan lawaai boven 80 dB(A) moet de werkgever gehoorbeschermers beschikbaar stellen;
- Bij dagelijkse blootstelling aan lawaai boven 85 dB(A) zijn werknemers verplicht gehoorbeschermers te dragen en moet een plan van aanpak worden gemaakt;
- Werkplekken waar de dagelijkse blootstelling boven 85 dB(A) uit kan komen, moeten duidelijk zijn aangegeven met signalering en doelmatig afgebakend. Eventueel wordt de toegang beperkt;
- Als de grenswaarde van 87 dB(A) wordt overschreden (gemeten in het oor, rekening houdend met gehoorbeschermers) moet er direct gezorgd worden dat het geluid onder deze grenswaarde wordt gebracht;
- Werkgevers moeten hun personeel voldoende voorlichten over de gevaren van geluid;
- Werknemers hebben recht op een gehoortest om vast te stellen dat de getroffen maatregelen effectief zijn.
Warmte – cremeren
Ovenisten lopen risico op energetische overbelasting door de zware werkzaamheden bij het ruimen van de oven gecombineerd met een zeer warme werkomgeving.
Werken bij hoge temperaturen kan leiden tot daling van de prestatie en/of schade aan de gezondheid.
Het Arbobesluit geeft geen vastgestelde grenstemperatuur. Dat is ook lastig, omdat ook de relatieve luchtvochtigheid, de luchtsnelheid, de warmtestraling, de kleding en de fysieke inspanning een rol spelen.
Een indicatie:
- In de zomer is de ideale temperatuur tussen de 23 en 26˚C.
- Voor intensief lichamelijk inspannend werk geldt een maximum van 26˚C, maar alleen als er een duidelijk voelbare luchtstroom is. Zonder voelbare luchtstroom mag het niet warmer zijn dan 25˚C.
- Voor zeer lichamelijk inspannend werk geldt een maximum van 25˚C, mits er een voelbare luchtstroom is. Anders mag het niet warmer dan 23˚C zijn.
Energetische overbelasting is met name belastend voor de bloedsomloop, ademhaling en stofwisseling. Het leidt tot verminderde concentratie en lichaamscoördinatie, waardoor de kans op ongevallen of onveilige situaties toeneemt. Ook kan de weerstand verminderen, waardoor je gevoeliger bent voor infecties.
Beoordeel het risico met de checklist van TNO:
https://fysiekebelasting.tno.nl/nl/instrumenten/checklist-fysieke-belasting/
Om vast te stellen of er daadwerkelijk sprake is van een ongezonde werkomgeving, moet de situatie door een deskundige beoordeeld worden.
Voorkom energetische overbelasting door taken af te wisselen. Beperk energetisch belastende werkzaamheden tot maximaal 2 uur per dag.
De werkgever moet eerst nagaan of het proces of de werkzaamheden anders ingericht kunnen worden. Als dat niet kan, moet de werkgever persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking stellen. Als die de gezondheid niet voldoende beschermen, wordt de duur van de werkzaamheden beperkt of regelmatig afgewisseld.
Risico’s van warmte
Werken in een warme omgeving kan leiden tot een verstoring in de warmtebalans. Als er meer warmte wordt geproduceerd dan afgevoerd, is er sprake van warmtestuwing. Warmtestuwing kan ook optreden bij het dragen van thermisch isolerende kleding.
Bij het werken bij een crematieoven treedt belasting op door warmtestraling. Dit kan leiden tot uitdroging, huidverbranding, verminderde prestaties en concentratie. Doordat er meer bloed naar de huid gaat, kunnen spieren oververhit raken en neemt de spiereffectiviteit af. Het concentratievermogen vermindert bij langdurige blootstelling (vanaf een uur).
Er zijn verschillende warmteziektes:
- Warmte-uitslag: doordat de huid langdurig nat is, raken de zweetklieren verstopt. Hierdoor ontstaan blaasjes die een jeukend en brandend gevoel geven.
- Hittekrampen: ontstaan door zware inspanning in warme omgeving; pijnlijke krampen in met name benen en buikspieren, vermoedelijk door zoutgebrek.
- Hitte-uitputting: bij zware inspanning en hoge temperaturen kan het lichaam de bloedvoorziening van spieren, hersenen en huid moeilijk op peil houden. Als de inspanning stopt, kan men onwel worden door een plotselinge daling van de bloeddruk. Kenmerken: bleekheid, duizeligheid, hoofdpijn, braakneigingen, flauwvallen en een onstabiele loop.
- Hitteberoerte: als hitte-uitputting ernstiger wordt, stijgt de lichaamstemperatuur boven de 41˚C en kan schade aan het zenuwstelsel optreden. Symptomen: rode of hete droge huid, krampen, stuipen, verwardheid, prikkelbaarheid, geheugenverlies, agressie of bewustzijnsverlies.
Kwetsbare groepen
Vrouwen hebben over het algemeen meer last van warmte dan mannen. Warme omstandigheden kunnen extra schadelijk zijn voor:
- Zwangeren.
- Werknemers met een slechte conditie.
- Werknemers met een extreem laag gewicht (minder dan 50 kg).
- Werknemers met een hoog vetgehalte.
- Werknemers met hart- en vaatziekten.
- Werknemers die geneesmiddelen gebruiken.
Oplossingen
Collectief:
- Voer warme lucht af door ventilatie.
- Isoleer de crematieoven.
Persoonlijke beschermingsmiddelen:
- Geschikte werkkleding.
- Gebruik koelende kleding (vest, mouwen, bandana, shawl).
- Hittewerende handschoenen.
- Hittewerende bril.
Individueel:
- Investeer in fitte medewerkers.
- Zorg dat de medewerker koel is voor aanvang van werkzaamheden in warmte.
- Laat het luik van de crematieoven niet onnodig lang openstaan.
- Instrueer ovenisten in de juiste werkwijze met zo min mogelijk fysieke belasting.
- Beperk de blootstellingsduur zo veel mogelijk, bijvoorbeeld door taakroulatie (opleiden extra ovenisten).
- Bied voldoende pauzes.
- Zorg voor gekoelde dranken.
Brandgevaar – cremeren
De kist of opbaarplank hoort pas vlam te vatten nadat deze is ingevoerd en het luik van de crematieoven gesloten is.
Het risico op ontbranding terwijl het luik van de oven nog niet gesloten is doet zich voor als:
- De kist of opbaarplank bij de invoer vast komt te zitten;
- De kist door gebruik van ongeschikt materiaal te snel vlam vat;
- De kist bij het terugtrekken van de duwstang ook mee terug wordt getrokken. Dit kan gebeuren als de kist niet voldoende stevig is en de duwstang door de kist heen is gedrukt;
- Het luik van de crematieoven na de invoer niet wil sluiten.
Vereisten:
Benodigde arbeidsmiddelen:
- Verrijdbare baar;
- Automatische invoermachine (AIM) of invoertafel plus duwstang;
- Eventueel stevige plank indien voeteneinde van de kist onvoldoende stevig is (of bij twijfel). De plank wordt tegen het voeteneind van de kist geplaatst en gaat mee in het crematieproces.
Inrichtingseisen invoerruimte:
- Aanwezigheid blusdeken;
- Aanwezigheid nooddouche;
- Aanwezigheid van de benodigde, gekeurde blusmiddelen;
- Noodluik (kan geplaatst worden als het luik van de oven niet zakt);
- Indien AIM: duwstang (om handmatig in te grijpen als de AIM dienst weigert).
Persoonlijke beschermingsmiddelen:
- Overjas/stofjas zonder zakken (100% katoen, eventueel brandvertragend);
- Werkschoenen (S2 – verstevigde neus en waterafstotend leer);
- Hittewerende handschoenen;
- Hittewerende bril of gelaatscherm.
Extra aandacht:
- Medewerkers met lang haar dienen het haar op te steken of bij elkaar te binden;
- Organiseer minimaal jaarlijks een ontruimingsoefening vanuit een calamiteit in de ovenruimte.
Instructies:
- De kist/opbaarplank moet van de verrijdbare baar overgezet worden op de AIM/invoertafel;
- Laat de oven jaarlijks onderhouden en keuren. Zie erop toe dat de werking van de onderdruk in de ovenruimte onderdeel is van het onderhoud en de keuring;
- Beoordeel of de huidige situatie met betrekking tot de aanwezigheid van nabestaanden bij de invoer gewenst is. Doe dit in overleg met de ovenisten. Mogelijke oplossingen:
- Stel een maximum voor het aantal aanwezige nabestaanden;
- Creëer een zone waar de nabestaanden mogen staan (markering op vloer of achter glazen wand);
- Controleer of het materiaal van de kist geschikt is om het verbrandingsproces goed te laten verlopen. Verwijder metaalbeslag en (kijk)glas om schade aan de ovenvloer te voorkomen.
Overzicht goedgekeurde basismaterialen (bron: LVC):
| Plaatmateriaal | MDF, Multiplex, Spaanplaat |
| Massief hout | Ayous, Esdoorn, Linde, Berken, Essen, Noten, Beuken, Grenen, Populier, Ceder, Kersen, Teak, Douglas, Koto, Vuren, Eiken, Lariks, Wengé |
- Controleer voorafgaand aan de invoer of de kist/opbaarplank voldoende glad is;
- Controleer of het voeteneinde van de kist stevig genoeg is; plaats anders een plank;
- Controleer voorafgaand aan de invoer of de maten van de kist/opbaarplank passend zijn voor de oven;
- Controleer of de ovenruimte vrij is van obstakels;
- Voer altijd met twee medewerkers in;
- Organiseer jaarlijks een calamiteitenoefening met plaatsen noodluik, blussen en evacuatie, rekening houdend met aanwezige nabestaanden.
Meer weten
Wilt u meer weten over cremeren en asverwerking, klik hier voor hoofdstuk 3.6 uit de arbocatalogus.