4.11 Regeling Vervroegde Uittreding (RVU)
- Sinds 1 september 2022 bestaat voor werknemers die een zwaar beroep hebben uitgeoefend de mogelijkheid eerder dan de AOW-datum vervroeg uit te treden.
- Dit kan onder de voorwaarde dat de werknemer minstens 5 jaar van de 10 jaar direct voorafgaand aan het moment van vervroegd uittreden een zwaar beroep heeft uitgeoefend.
- De werknemer kan tot maximaal 24 maanden eerder dan de AOW-datum vervroegd uittreden.
- De hoogte van de RVU-uitkering is afgeleid van de AOW-uitkering. Het is niet exact gelijk aan het AOW-bedrag, maar afgeleid van de netto AOW-uitkering. Het bedrag voor 2026 is € 2.657 bruto per maand. Dit is het bedrag inclusief € 300 per maand voor knellende situaties. Er wordt geen vakantiebijslag over betaald. De hoogte van de uitkering zal gedurende de looptijd van de cao automatisch worden aangepast aan het maximale van RVU-heffing vrijgestelde bedrag.
- Voor parttimers geldt dat zij mogen kiezen tussen de volgende 2 varianten:
• de uitkering zal een fulltime uitkering zijn, waarbij de duur van de uitkering wordt ingekort naar rato van het deeltijdpercentage. Voorbeeld: de parttimer met een deeltijdpercentage van 50% zal dan niet 24 maar 12 maanden voor de AOW-leeftijd gebruik kunnen maken van de regeling en krijgt dan de volledige (fulltime) uitkering.
• de uitkering zal een parttime uitkering zijn naar rato van het deeltijdpercentage. Voorbeeld: de parttimer met een deeltijdpercentage van 50% zal dan 24 maanden voor de AOW-leeftijd gebruik kunnen maken van de regeling en krijgt dan de helft van de fulltime RVU-uitkering. - Werkgevers krijgen het meerdere t.o.v. 12 maanden op declaratiebasis 100% vergoed (dus met (eventuele) werkgeverslasten) van het CAO Fonds. Voor parttimers die hebben gekozen voor de tweede variant (met fulltime uitkering) gaat het om het meerdere t.o.v. het PT-equivalent van die 12 maanden, dus het meerdere t.o.v. 6 maanden bij een parttimer met een PT-percentage van 50%.
- Kleine werkgevers (tot 10 FTE) die de bijdrage aan het CAO Fonds hebben afgedragen kunnen van het CAO Fonds UVB een tegemoetkoming krijgen in de kosten van de RVU indien de kosten in een jaar vanwege RVU-deelname hoger worden dan 10% van de SV-loonsom bij die werkgever. De tegemoetkoming (op declaratiebasis) bedraagt 50% van de kosten (dus met (eventuele) werkgeverslasten).
- Bij de zware beroepen is ter voorkoming van misverstanden in de betreffende tabel in de cao geformuleerd dat er dan wel sprake moet zijn geweest van die benoemde zware omstandigheden; de bewijslast hiervoor ligt bij de werkgever en bij verschil van mening kan het oordeel van de Geschillencommissie worden gevraagd.
Het betreffende reglement is opgenomen in de bijlage. Opde website van het CAO Fonds staat een nadere toelichting.